De voorbije jaren zagen we een wildgroei van antimisbruik-initiatieven op alle denkbare niveaus. Hoewel nobel in hun doelstelling, brengen ze vaak een enorme administratieve last en onzekerheid mee voor het merendeel van bonafide ondernemingen.
Strijd tegen fiscale misbruiken
De afgelopen jaren zetten de nationale en internationale overheden en instellingen heel sterk in op het vermijden van ongewenste methoden om belastingen te vermijden, meestal – maar niet uitsluitend – in een internationale context.
De efficiënte strijd tegen fiscale fraude is een goede zaak. Fraude veroorzaakt immers oneerlijke concurrentie ten koste van de ondernemingen die hun fiscale verplichtingen wel correct vervullen. Ondernemingen blijven echter de legitieme keuze behouden om bij het bepalen van hun strategie te kiezen voor de structuur die het minst zal worden belast. Op voorwaarde dat ze daarbij alle gevolgen van hun structuur respecteren en handelen binnen de grenzen van de wet.
Toenemende complexiteit van de regelgeving
De ruimte voor (a priori legitieme) optimalisatie die op die manier overblijft, wordt sinds enkele jaren sterk ingeperkt door overheden van alle niveaus. De recente wildgroei aan initiatieven om misbruik tegen te gaan, heeft echter een heel belangrijke keerzijde. De regelgeving is immers bijzonder complex, altijd in verandering en zelden volledig coherent tussen de verschillende landen waar ze moet worden toegepast. Bovendien heeft elk niveau wel haar eigen initiatieven (België, Europa, de OESO en zelfs de Verenigde Naties nemen allemaal hun eigen acties) en overlappen de verschillende maatregelen vaak inhoudelijk sterk met elkaar.
Niet onbelangrijk detail: de administratieve overlast en het gebrek aan rechtszekerheid en voorspelbaarheid treffen natuurlijk niet alleen de slechte leerlingen. Alle ondernemingen die bonafide handelen, moeten aan al die regels voldoen. Dat neemt vaak een grote hap uit de werkingsmiddelen, wat minder middelen laat om productieve activiteiten uit te bouwen en maatschappelijke meerwaarde te creëren.
België heeft volgens de Tax Foundation de zwaarste set antimisbruikmaatregelen van alle OESO-landen.
Voorbeelden van antimisbruikmaatregelen
Het zou ons te ver leiden om alle initiatieven van alle regelgevers in detail te bespreken, maar denk aan:
- De algemene antimisbruikbepalingen, die in essentie constructies ingegeven door uitsluitend of hoofdzakelijk fiscale motieven bestrijden;
- Een aantal specifieke antimisbruikbepalingen, zoals de herkwalificatie van interesten naar dividenden voor bestuurders en aandeelhouders in bepaalde gevallen;
- Maatregelen die de aftrekbaarheid van interesten beperken;
- Maatregelen tegen het kunstmatig verschuiven van (passieve) inkomsten naar laagbelaste landen, beter bekend als de Controlled Foreign Corporation rules (CFC);
- De wereldwijde minimumbelasting (Pillar 2);
- Regels voor het gebruik van verrekenprijzen (transfer pricing);
- …
Bovendien is de strijd tegen fiscale fraude en misbruik nog in volle ontwikkeling. Met de regelmaat van de klok worden nieuwe initiatieven ingeleid op alle niveaus.
Hoe doet België het?
De meeste OESO-landen hebben een aanzienlijk pakket van antimisbruikmaatregelen. Dat is niet verwonderlijk: veel van die maatregelen worden tussen de landen overeengekomen op OESO-niveau. Toch zijn er aanzienlijke verschillen tussen de OESO-landen: de Europese regelgeving is vaak nog strenger dan die van de OESO, en ook binnen de EU zijn er gradaties in de striktheid waarmee de maatregelen worden ingevoerd en toegepast.
België heeft volgens de Tax Foundation de zwaarste set antimisbruikmaatregelen van alle OESO-landen, een plaats dat het deelt met onder andere Frankrijk en Zweden die als even streng worden beoordeeld. Hoewel dit vanuit een rechtvaardigheidsoogpunt nog te verdedigen valt, moet men kritische vragen blijven stellen bij de operationele en economische schade die zo’n zware lastenset veroorzaakt bij de overgrote meerderheid van bonafide ondernemingen.