Verschillende niveaus hebben bevoegdheden wat betreft fiscaliteit. Het federale niveau is dominant, maar de impact van én voor de regio’s neemt toe. Ook de EU mengt zich en het spel, en ook de OESO en de VN spelen hun rol.
Een ander aspect van de context waarin de Belgische fiscaliteit opereert, is haar institutionele context. In het federale België zijn er verschillende niveaus bevoegd voor verschillende aspecten van de fiscaliteit. En zelfs wanneer dat niet het geval is, hebben de beslissingen van het ene beleidsniveau vaak implicaties voor een ander beleidsniveau. Bovendien moeten ze allemaal rekening houden met een aantal internationale afspraken, bij uitstek vanuit Europa.
Fiscaliteit in een federale context
Hoewel een aantal bevoegdheden werd overgedragen naar de regio’s, is de fiscaliteit in België bij uitstek een federale bevoegdheid. De manier waarop onze vennootschapsbelasting, personenbelasting, btw en bepaalde vermogensbelastingen worden vormgegeven, worden quasi uitsluitend bepaald op het federale niveau.
Toch hebben ook de gewesten een aantal belangrijke fiscale bevoegdheden, zoals de erf- en schenkbelasting, de verkooprechten, de verkeersbelastingen en een reeks specifieke heffingen (denk aan de leegstandsheffing of energieheffingen).
Verschillende bevoegdheden worden dus uitgeoefend op verschillende niveaus, maar daarbij stopt de impact van het Belgische federalisme niet. Een deel van de opbrengst van de (federale) personenbelasting, wordt immers toegewezen aan de regio’s. Een belastinghervorming op het federale niveau, heeft dus een rechtstreekse impact op de financiering van de deelstaten. Wanneer bepaalde regio’s financieel in moeilijke papieren zitten, kan een belastinghervorming op het federale niveau op die manier een extra beladen, soms zelfs communautair discussiepunt worden.
Bovendien proberen deelstaten soms om indirect impact te hebben op een federale belasting. Zo bestaat er in Vlaanderen een jobbonus, die de fiscale druk van de (federale) personenbelasting probeert te verlichten voor bepaalde inkomenscategorieën.
Fiscaliteit in een Europese en internationale context
De Europese Unie heeft in principe geen fiscale bevoegdheden. Dat betekent dat de Unie slechts fiscale regels kan uitstippelen wanneer hiervoor unanimiteit is bij alle lidstaten. Dat is niet evident, maar ook niet onmogelijk. Intussen heeft Europa al een rist fiscale richtlijnen, die de beleidsruimte van de Belgische overheden op die domeinen beperken.
Naast de thematische Europese richtlijnen, spelen ook de Europese verkeersvrijheden een heel belangrijke rol. We spreken hier over het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. De Belgische fiscaliteit mag in principe niets doen dat rechtstreeks of onrechtstreeks afbreuk doet aan een van die vrijheden. Doet ze dat wel, dan wordt ze teruggefloten door het Europese Hof van Justitie en mogen belastingplichtigen de onwettige regel naast zich neerleggen. Zo mogen personen en vennootschappen in principe niet worden benadeeld wanneer ze verhuizen naar een ander Europees land. Of nog: ontvangen inkomsten uit een ander Europees land, mogen niet nadeliger worden behandeld dan inkomsten verworven in België.
Daarnaast verbiedt de Europese Unie in principe om staatssteun toe te kennen aan specifieke ondernemingen of sectoren, omdat ze de eerlijke concurrentie in de Europese interne markt verstoren.
Internationaal spelen in de eerste plaats de dubbelbelastingverdragen. In die verdragen maken landen onderling afspraken om te vermijden dat belastingplichtigen meer dan één keer belast worden op hetzelfde inkomen. Hierbij is een grote rol weggelegd voor internationale organisaties, zoals de OESO en de VN.