Qua competitiviteit bevindt de vennootschapsbelasting in België zich in de middenmoot van de OESO-landen. Ons tarief is niet uitzonderlijk hoog, en we scoren goed qua kostenrecuperatie. Bovendien hebben we een aantal interessante steunmaatregelen.
Wat is de vennootschapsbelasting?
De vennootschapsbelasting is een belasting op de winst van vennootschappen. Het is een van de categorieën van belastingen die de economische groei het meeste hindert. Immers, elke euro die een onderneming aan belastingen betaalt, is een euro dat het niet langer kan herinvesteren in de uitbouw van de onderneming, of niet kan gebruiken om investeerders te belonen en aan te trekken.
Twee factoren bepalen de competitiviteit
De competitiviteit van de vennootschapsbelasting hangt in grote lijnen af van twee zaken: enerzijds het tarief van de belasting, en anderzijds de breedte van belastbare basis. De belastbare basis is het bedrag waarop de belasting wordt geheven. Daarvoor vertrekt men vanuit ‘de winst’ van een onderneming. Die winst wordt in principe vastgesteld op basis van het Belgische boekhoudrecht. De belastbare basis kan daar echter sterk van afwijken, afhankelijk van het fiscaal beleid van een land. Hoe breder de belastbare basis, hoe hoger de geïnde belasting.
Het normale tarief van de vennootschapsbelasting in België bedraagt 25%. Daarmee bevinden we ons in de middenmoot van de OESO-landen.

De belastbare basis en afschrijvingen
De belastbare basis is sterk afhankelijk van de mate waarin ondernemingen bepaalde kosten kunnen aftrekken, ofwel ‘afschrijven’. Wanneer een onderneming een nieuwe machine van bv. 100.000 euro aankoopt, kan het die 100.000 euro doorgaans niet meteen aftrekken van haar winst van dat jaar, maar moet ze de fiscale aftrek van die kost spreiden over een aantal jaren. Wat die kostenrecuperatie betreft doen we het internationaal gezien goed: slechts vijf OESO-landen krijgen een betere score.
NB: Het regeerakkoord van de regering De Wever stelt dat ondernemingen bepaalde investeringen, bijvoorbeeld in onderzoek en ontwikkeling, defensie en de energietransitie, in de toekomst versneld zullen kunnen afschrijven.
Volgens de Tax Foundation staat de Belgische vennootschapsbelasting daarom nipt in de bovenste helft op het scorebord van de OESO, met name op plaats 18.
