Via de werkbonus krijgen werknemers met een relatief laag loon een deel van hun sociale bijdragen terug. Voor de allerlaagste inkomens compenseert het zelfs de volledige sociale bijdragen. De keerzijde is een grote promotieval.
Elke euro die een werknemer verdient maar moet afdragen, maakt het voor die werknemer minder aantrekkelijk om een inkomen uit arbeid na te streven. Dat ontradende effect stelt zich in de eerste plaats bij werknemers met lage lonen: voor hen is het onderscheid tussen een inkomen uit arbeid en een inkomen uit een uitkering gelinkt aan inactiviteit of werkloosheid namelijk het kleinst. Dat fenomeen wordt algemeen omschreven als de ‘werkloosheidsval’ (zie de fiche ‘Werkloosheidsval en promotieval’).
Werken aantrekkelijker maken
De oplossing lijkt voor de hand te liggen, namelijk: maak het verschil tussen werken en niet-werken groter. Met die doelstelling voor ogen, ontwikkelde ons land de werkbonus (vroeger ‘de werknemersbijdragevermindering’). Dat mechanisme kent aan lage lonen een bonus toe in de vorm van een vermindering van de druk op het loon. Dat moet de inactieven en werklozen aanmoedigen om te streven naar een inkomen uit arbeid. De troef ervan is dat het het inkomen van de werknemer meteen verhoogt, zonder de loonkost voor de werkgever te verhogen.
Twee onderdelen
Vandaag valt de werkbonus uiteen in twee delen: de fiscale werkbonus en de sociale werkbonus.
- De sociale werkbonus vermindert de sociale bijdragen van werknemers met een brutomaandloon tot zo’n 3.270 euro (2025). De bonus is het grootst voor werknemers met het laagste loon (voor de allerlaagste lonen compenseert hij de volledige sociale bijdrage) en neemt af naarmate het brutoloon van de werknemer toeneemt.
- De fiscale werkbonus is meer een technische correctie die voorkomt dat werknemers die een sociale werkbonus ontvangen daardoor meer belastingen zouden betalen.
Effect op lage lonen, maar belangrijke keerzijde
De werkbonus slaagt er dus in om de druk op de lage lonen te verminderen met tot 13% van het brutoloon. Daarmee draagt hij dus bij om de groep die het gevoeligst is aan de werkloosheidsval netto meer te doen overhouden van de arbeid die zij verrichten.
Die medaille heeft echter een belangrijke keerzijde. Hoewel de werkbonus de werkloosheidsval in belangrijke mate beperkt, werkt de berekening van die werkbonus de promotieval sterk in de hand. Doordat de werkbonus afneemt naarmate het loon toeneemt, wordt het voor werknemers die ervan genieten minder interessant om meer te verdienen. Elke euro die ze meer verdienen, leidt namelijk tot een kleine vermindering van het voordeel uit de werkbonus. Met als gevolg dat de marginale belastingdruk (het belastingpercentage op de eerste euro die extra wordt verdiend) in sommige gevallen meer dan 80% bedraagt.
Wat de promotieval precies inhoudt, hoe sterk ze is en wat de nefaste gevolgen ervan zijn, leest u in onze fiche ‘Werkloosheidsval en promotieval’.
Conclusie
De werkbonus is een uitstekend instrument om mensen aan te moedigen een inkomen uit arbeid te verkiezen boven een vervangingsinkomen. Echter, voor hen die al een beperkt inkomen uit arbeid hebben, heeft de bonus een sterk ontradend effect om bijkomende inkomsten uit arbeid te verwerven.