België haalt buitenproportioneel veel inkomsten uit lasten op arbeid. Maar liefst 58,7% van de totale belastingdruk vloeit voort uit personenbelasting en sociale bijdragen.
Lasten op arbeid
In het deel over de budgettaire achtergrond ‘De context waarin de fiscaliteit opereert: budgettaire nood en federaal spanningsveld’ leggen we uit dat de Belgische Staat een bovengemiddeld hoge proportie van haar inkomsten haalt uit inkomsten gelieerd aan persoonlijke inkomsten. Maar liefst 58,7% van haar totale inkomsten – tegenover een OESO-gemiddelde van 49,2%. (zie ‘Fig.1’)

In dit deel bekijken we hoe die 58,7% zich vertaalt in concrete belastingen en bijdragen. Welke tarieven worden gehanteerd in de personenbelasting? Wat is de loonwig en hoe groot is die? Welke bijzonderheden kent ons land en op welke belastingverminderingen kunnen onze bedrijven aanspraak maken?
Focus op lasten op arbeid
De OESO-statistieken gebruiken een zeer ruime definitie van ‘persoonlijke inkomsten’, die onder andere ook de meerwaarden op aandelen en de inkomsten uit dividenden omvat. Aangezien dat niet matcht met de meest gangbare opdeling in ons land, focussen we in dit deel op de lasten op arbeid. De belasting op de andere voornoemde inkomsten bespreken we in het deel ‘Vermogens- en investeringsfiscaliteit’.
