Consumptiebelastingen, zoals de btw, worden soms gezien als economisch het minst verstorend. Tegelijk heeft de btw een aantal belangrijke negatieve effecten: onder andere administratieve lasten, cashflowmoeilijkheden en een hap uit de marges.
Consumptiebelastingen worden geheven op de aankopen van goederen en diensten door consumenten – meestal natuurlijke personen. De belangrijkste consumptiebelasting in de EU, de OESO en zelfs de wereld is de alom bekende btw, ofwel de belasting op de toegevoegde waarde. De btw is een Europese belasting, maar de lidstaten (die ook het grootste deel van de inkomsten ervan krijgen) hebben relatief veel vrijheid om hun eigen accenten te leggen – in het bijzonder wat betreft de tarieven.
Werking van de btw
De btw heeft in hoofdzaak als voordeel dat ze in principe niet economisch wordt gedragen door de ondernemingen die de goederen en diensten produceren of leveren. De onderneming int de belasting van de consument en moet die doorstorten aan de schatkist. De btw die ze zelf betaalt op de goederen en diensten die ze aankoopt, kan ze in principe terugvorderen. Op die manier vermindert de btw dus niet rechtstreeks de beschikbare middelen van die onderneming om haar bedrijvigheid uit te bouwen. Om die reden worden consumptiebelastingen doorgaans gezien economisch het minst verstorend.
Praktische hindernissen voor ondernemingen
In de praktijk zien we echter dat de btw toch een aantal belangrijke hindernissen opwerpt voor ondernemingen:
- De btw-verplichtingen op ondernemingen vormen een aanzienlijke administratieve last.
- Ze kan zorgen voor liquiditeitsproblemen door de vertraging op de terugbetaling van de teruggevorderde btw.
- Voor veel belastingplichtigen en voor bepaalde transacties is de btw niet of maar gedeeltelijk terug te vorderen. In dergelijke gevallen vormt ze dus wel rechtstreeks een kost voor de betrokken onderneming.
Indirect effect op de economie
Last but not least: de btw drijft de prijs op van de goederen en diensten die ondernemingen aanbieden, en vreet daarbij aan de marges van de ondernemingen. Bovendien doet die prijsstijging de vraag naar de betrokken producten dalen. Daardoor vormt de btw dus wel een indirecte druk op de economische groei.