Het huwelijksquotiënt laat toe dat de werkende partner een deel van zijn belastbaar inkomen overhevelt naar de niet-werkende partner. Op die manier wordt de progressiviteit gespreid en de belastingdruk verlaagd.
Echtgenoten en wettelijk samenwonenden dienen een gemeenschappelijke aangifte voor de personenbelasting in. Toch worden ze apart belast. Dat betekent dat partners – in principe –even veel belastingen betalen als wanneer ze alleenstaand zouden zijn.
Twee uitzonderingen op individuele belasting
Er bestaan twee belangrijke uitzonderingen op dat principe, met name de BBSZ en het huwelijksquotiënt.
- De Bijzondere Bijdrage voor de Sociale Zekerheid (BBSZ) is een belasting die wordt geheven per gezin. Echtgenoten betalen dus samen evenveel als een alleenstaande (zie de fiche ‘Bijzondere Bijdrage voor de Sociale Zekerheid’).
- Het huwelijksquotiënt vermindert de belasting van de werkende echtgenoot wanneer de andere echtgenoot geen of slechts beperkte beroepsinkomsten heeft.
Hoe werkt het?
Het huwelijksquotiënt staat toe dat de werkende partner een deel van zijn of haar inkomen fiscaal ‘overhevelt’ naar zijn/haar partner. Dat kan soms heel voordelig zijn, vanwege de progressieve personenbelasting. De inkomsten die de werkende partner ‘afstaat’, zouden immers bij hem/haar worden belast in een hogere schijf dan die van de ‘ontvangende’ echtgenoot, die geen of nauwelijks inkomsten heeft.
Het huwelijksquotiënt laat toe dat een deel van het inkomen fiscaal wordt overgeheveld naar de partner met weinig of geen inkomen.
Kritiek op het systeem
Hoewel het mechanisme dus de belastingdruk van bepaalde belastingplichtigen kan verlichten, is dergelijk mechanisme volgens velen – waaronder de relevante internationale instellingen – economisch niet wenselijk. Het vormt immers een belangrijke stimulans voor de niet-werkende partner om zelf geen inkomen te verwerven. Doet hij dat wel, dan verliest het gezin immers het voordeel van het huwelijksquotiënt. Bovendien vinden velen het mechanisme maatschappelijk gedateerd. De bijkomende werkloosheidsval wordt immers gedragen door de niet-werkende partner en weegt daardoor algemeen genomen harder op vrouwen. Meer algemeen past het mechanisme niet langer in ons hedendaagse tweeverdienersmodel.
NB: Het is in die optiek dat de regering De Wever in de zomer 2025 besliste om het huwelijksquotiënt geleidelijk af te bouwen. Tussen 2027 en 2030 zal het maximumbedrag worden gehalveerd, en worden de bedragen niet langer geïndexeerd.