Lasten op arbeid
De fiscale terminologie is niet eenvoudig. In de grafiek ‘Fig.1’ leggen we de belangrijkste begrippen uit aan de hand van een vereenvoudigd voorbeeld. We gaan uit van een alleenstaande werknemer zonder kinderen met een brutoloon van 5.000 euro per maand.1

Op basis van de vereenvoudigde weergave hiernaast, leggen we een paar belangrijke begrippen eenvoudig uit.
- De gemiddelde belastingdruk is de verhouding tussen de totale lasten die de werknemer betaalt en zijn brutoloon. In ons voorbeeld bedraagt dat 40%, ofwel bijna 2.000 euro (1.335 euro + 655 euro).
- Puur fiscaal gezien is de gemiddelde belastingdruk natuurlijk lager, aangezien er dan geen rekening wordt gehouden met de werknemersbijdragen. Puur fiscaal is het gemiddelde belastingtarief gelijk aan de verhouding tussen de personenbelasting en het brutoloon, ofwel 27% in ons voorbeeld (1.335 gedeeld door 5.000).
- De loonwig geeft aan welk percentage van de totale loonkost uiteindelijk niet in de beurs van de werknemer beland. Ze drukt met andere woorden het verschil uit tussen de loonkost en het nettoloon. In ons voorbeeld bedraagt de loonwig 52%. Van de loonkost van 6.250 euro blijft immers maar 3.010 euro over.
- De marginale belastingdruk is de belasting die zou moeten worden betaald op de eerstvolgende euro die wordt verdiend. Stel dat de werknemer in ons voorbeeld morgen 5.001 euro zou verdienen, dan zou hij op die extra euro 56% belastingen betalen.2
(1) We gaan uit van 12 maandlonen per jaar en houden dus geen rekening met dubbel vakantiegeld en eindejaarspremie.
(2) Bron: Eigen berekeningen op basis van Tax-Calc-tool van de FOD Financiën:https://financien.belgium.be/nl/E-services/Tax-calc
