België heeft met 42% van het bbp een hoge belastingdruk die tot 2024 bleef stijgen, waardoor het probleem niet primair bij de inkomsten ligt. De tax mix is onevenwichtig, met vooral een sterke overbelasting van arbeid ondanks hoge opbrengsten in alle categorieën.
Inkomsten van de Belgische overheden
We weten nu dat de inkomsten van de Belgische overheden niet volstaan om de uitgaven te dekken. Heeft de overheid dan misschien gewoon te weinig inkomsten? Ligt het probleem met andere woorden aan de inkomstenzijde, of aan de uitgavenzijde?
Het antwoord daarop is fundamenteel politiek, maar een internationale vergelijking kan een indicatie geven. Uitgedrukt als percentage van het bbp – dat is de totale waarde van alle goederen en diensten die een land produceert – ligt de belastingdruk in België op ruim 42%. Anders gezegd: ruim 42% van alles wat in België wordt verdiend, gaat via belastingen en sociale bijdragen naar de overheid. Dat is ruim hoger dan het OESO-gemiddelde van 34,1%.
De vergelijking in ‘Fig.1’ leert ons dat de algemene belastingdruk in Frankrijk nog hoger ligt dan in België. Tegelijk zien we daar ook sinds 2022 een dalende trend, terwijl de druk in België verder lijkt te stijgt.

We zouden dus kunnen afleiden dat de Belgische budgettaire tekorten wellicht niet in de eerste plaats te wijten zijn aan een tekort aan fiscale inkomsten.
Samenstelling van de inkomsten: de tax mix
Elke overheid maakt keuzes over op welke inkomsten, vermogens of transacties ze belastingen heft. Die keuzes zijn niet neutraal: ze hebben een grote invloed op de keuzes die ondernemers, investeerders en werknemers maken. De grafiek in ‘Fig.2’ (‘TAX MIX as % of total tax revenue’) toont uit welke bronnen de Belgische overheden hun inkomsten halen, en hoe dat zich verhoudt tot de andere OESO-landen.

De grafiek ‘Fig.2’ geeft echter een vertekend beeld. Het laat bijvoorbeeld uitschijnen dat België minder inkomsten haalt uit consumptiebelastingen en vennootschapsbelasting dan het gemiddelde OESO-land. Dat klopt natuurlijk niet helemaal. In de grafiek ‘Fig.3’ (‘TAX MIX as % of GDP’) werd de tax mix gecorrigeerd in functie van de totale belastingdruk. Die ligt in België veel hoger ligt dan in het gemiddelde OESO-land. Zo wordt duidelijk dat de inkomsten uit de vennootschapsbelasting en de consumptiebelastingen – uitgedrukt als percentage van het bbp – quasi even hoog liggen als in het gemiddelde OESO-land.

Nu we die belangrijke nuance hebben geduid, baseren we ons verder alsnog op de eerste grafiek, want die maakt vergelijkingen eenvoudiger.
Heel veel inkomsten uit arbeid
De grafiek ‘Fig.2’ (‘TAX MIX as % of total tax revenu’) bevestigt in de eerste plaats wat iedereen al weet: België belast haar persoonlijke inkomsten bijzonder zwaar. 27,7% van de inkomsten komt voort uit de belasting van individuele inkomsten, tegenover een OESO-gemiddelde van 23,7%. In de grafiek worden bij ‘individual taxes’ onder andere ook de meerwaardebelastingen op aandelen gerekend. In tegenstelling tot België, hadden veel andere OESO-landen in 2025 dergelijke meerwaardebelasting. Als je die inkomsten buiten beschouwen zou laten en – en dus enkel rekening houdt met de ‘inkomsten uit arbeid’, zoals we in België doorgaans doen – is het verschil dus zowaar nog groter.
Daar stopt het nog niet bij. Wanneer we alle sociale bijdragen mee in rekening nemen, ontploft het verschil helemaal: dan vloeit 58,7% van de Belgische inkomsten voort uit belastingen gelieerd aan de inkomsten van de burgers, tegenover 49,2% op OESO-niveau. Daarmee liggen de Belgische inkomsten dus bijna een vijfde hoger dan het OESO-gemiddelde.
Het feit dat belastingen op arbeid algemeen gezien worden als economisch en maatschappelijk het meest schadelijk, maakt deze vaststellingen des te opvallender.
Een meer gedetailleerde beschrijving van de lasten op beroepsinkomen vindt u in de fiche ‘Lasten op arbeid’.
Daarnaast, en in tegenstelling tot de algemene perceptie die soms wordt gewekt, haalt België bovengemiddeld veel inkomsten uit belastingen op kapitaal en vermogen. De inkomsten uit dergelijke belastingen liggen meer dan 45% hoger dan in het gemiddeld OESO-land (7,4% t.o.v. 5,1%).
Een meer gedetailleerde beschrijving van de lasten op kapitaal en vermogen vindt u in de fiche ‘Vermogens- en investeringsfiscaliteit’.


